Tags

, , , , , , , , , , , , ,

Vijfde dag. Streuvels was voorzichtig in de omgang met mij, bedeesd zelfs. Soms stond hij te huppelen rond mij, het leek dan dat hij gedronken had, zo blij met mijn bezoek, en hij bewoog geruisloos rond mij als ik stond te bladeren in een boek. Hij raakte mij niet aan, maar stond vlak naast mij, ook al zag ik hem niet, hij zag mij wel. Vief, wat potsierlijk in zijn witte broek met potloodstreep, zijn kort geknoopte dasje. Een uur later droeg hij weer een ander jasje, gekocht in Kortrijk, pochte hij.  Mijnheer wilde goede indruk maken met zijn kleerkast. Ik las voort, scharrelde in zijn boeken.

P1090569
‘Is het hier warm genoeg?’ vroeg hij. ‘Is het niet te warm?’
‘Ca va,’ zei ik. Ik zei dat ik onder de indruk was van zijn domotica, want overal sprong het licht in de kamer aan als ik passeerde.
Ik was bezig met mijn Congopapieren en vroeg me af of Streuvels iets met Congo had gehad. Want Congo (of Afrika, of de zwarte medemens) was toch altijd onze metafoor bij uitstek voor het wellustige, het instinctieve? En Streuvels hield zo van dat thema, en van folklore, Vikingmythes en Noorse sagen waarin diezelfde menselijke raadsels bezworen en onschadelijk worden gemaakt. In zijn warmgestookte huis zocht ik naar dergelijke sporen. Mijn stelling: dergelijke kleine, onschuldige, meestal achteloos verworven  voorwerpen die zichzelf een plaatsje veroveren in een huis,  tonen vaak het scherpst, in alle objectiviteit, de geest van een huis.
Omdat er zo weinig sporen waren, maakte ik een lijst ervan (…)

Auteur: Koen Peeters

Advertenties